De offshore, vanouds vooral geassocieerd met olie en gas, heeft steeds meer raakvlakken met andere industrieën, zoals bagger, berging en energie.
Het naar elkaar toegroeien van verschillende industrieën op zee was een van de voornaamste thema’s tijdens de internationale offshore-conferentie OMAE, die vlak voor de zomer in Rotterdam plaatsvond. In totaal werden daar 800 papers gepresenteerd aan ruim duizend bezoekers. De voornaamste sprekers brachten allen de boodschap van convergerende vakgebieden, vooral op het gebied van innovatie.
Jan Willem van Bloois van IHC Deep Sea Dredging & Mining, ging in op het raakvlak van offshore en bagger door de opkomst van mijnbouw op steeds grotere diepten. Het Zuid-Afrikaanse diamantconcern De Beers zoekt al op 300 meter diep naar diamanten. IHC heeft verschillende projecten op de tekentafel.
Inspiratie voor het project kwam onder andere van Star Wars.
Lees verder
Jarenlang kende de chipsindustrie maar één doel: steeds snellere processoren door de transistors te verkleinen. Sneller moet het nog steeds, maar de zoektocht is verbreed.
Ziedaar de ratio achter multicore processoren, met meerdere rekenkernen op dezelfde chip, die daardoor hechter kunnen samenwerken. Sommige multi-core processoren bevatten telkens dezelfde kern, maar de trend is om kernen met verschillende functies rond een algemene kern te bouwen. De bekendste is de Cell van IBM en Sony, die met negen kernen de Playstation III bemant. De eerste mobiele telefoons met een multicore processor zijn ook al gesignaleerd.
Om meerdere kernen tegelijk te kunnen gebruiken, moet het rekenwerk wel in parallelle stukjes opgeknipt kunnen worden. Bij grafische toepassingen en signaalverwerking is dat relatief eenvoudig, maar bij ander rekenwerk is het ingewikkelder. Daarom is het belangrijk welke ontwerpfilosofie achter de processor zit (zie kader). Twee ogenschijnlijk identieke algoritmes kunnen op de ene processor veel meer tijd in beslag nemen dan op de andere.
Veel van de ontwikkelingen die gericht zijn op miniaturisering van de hardware en een efficiëntere inrichting daarvan leiden als vanzelf tot energiebesparing. Er zijn echter ook ontwerptrends die specifiek op zuinigheid gericht zijn – en daarbij meteen een ander ontwerpprobleem aanpakken, namelijk oververhitting van de chip.
Jarenlang kende de chipsindustrie maar één doel: steeds snellere processoren door de transistors te verkleinen. Sneller moet het nog steeds, maar de zoektocht is verbreed.
Ruim veertig jaar geleden stelde Intel-oprichter Gordon Moore vast dat de hoeveelheid transistors per vierkante millimeter op een chip ruwweg ieder jaar verdubbelde. Verkleinen van de transistors was de meest logische manier om de snelheid van processoren te verhogen. Tientallen jaren koerste de chipsindustrie monomaan op dit doel af.
De laatste jaren, vooral door de opkomst van de smartphone, lijkt een kentering op gang te zijn gekomen. Het onderzoek waaiert uit. Prestaties van een processor worden niet alleen afgemeten aan de kloksnelheid, ofwel het aantal rekenstappen per seconde. De snelheid valt immers ook op te voeren door meerdere stappen tegelijk te zetten, zoals multicore processoren doen.
Aandacht is er ook voor zo efficiënt mogelijke inzet van de rekenkracht, ofwel het bereiken van hetzelfde resultaat in minder stappen. De prestaties moeten bovendien met zo min mogelijk energie bereikt worden, met name in mobiele toepassingen.
Hartstikke mooi en milieuvriendelijk natuurlijk, die elektrische auto’s, maar het elektriciteitsnetwerk zal bezwijken als de opmars ervan te snel gaat.
Toen de eerste elektrische auto’s op de markt kwamen, waarschuwden deskundigen meteen: dat kan het elektriciteitsnet niet aan. Een elektrische auto verbruikt ongeveer evenveel als een derde huishouden. Daar zijn de transformatorkastjes in de straat niet op berekend. Het is dus niet alleen een kwestie van extra centrales bouwen. De hele infrastructuur moet aangepast worden als huishoudens hun auto gaan inpluggen.
Een groep wetenschappers heeft een molecuul gemaakt dat dertien logische operaties kan verrichten, sommige tegelijkertijd. Het molecuul bevat drie fotochrome groepen, die licht van een bepaalde golflengte absorberen, zoals bladgroen dat in planten doet.
De moleculaire schakelaar moet eerste ‘gereset’ worden met groen licht. Daarna kan het met licht van verschillende golflengten het molecuul in verschillende isomere toestanden gebracht worden. Afhankelijk van hoe je dat doet verandert de kleur van het licht dat het molecuul terugkaatst. Die kleur is de oplossing van de som die met de input van lichtsignalen werd opgegeven. Moleculen hebben eerder wiskunde verricht, maar dit is het eerste molecuul dat meerdere bewerkingen aankan.
Een bedreiging voor elektronica zullen de rekenmoleculen waarschijnlijk nooit worden. De onderzoekers denken eerder dat ze gebruik worden in de nanotechnologie, bijvoorbeeld als labels in medicijnen, die kunnen ‘uitrekenen’ of die medicijnen nog goed zijn.
Een computerprogramma van MIT kan dat gedrag nabootsen.