De financiële biotoop van life sciences

Anders dan startups in, bijvoorbeeld, webapplicaties stuiten die in de biotechnologie onmiddellijk op grote investeringen in apparatuur. Helemaal in het begin valt er nog wel een plekje in een universitair laboratorium te ritselen, maar zodra het serieus wordt, zijn er al gauw tonnen nodig.

Dit is de achtergrond van de oprichting, twintig jaar geleden alweer, van de Stichting Mibiton, een investeringsmaatschappij die niet zozeer geld steekt in individuele bedrijven als wel faciliteiten waarin meerdere bedrijven participeren. Een startup heeft immers meestal niet 24 uur per dag een bepaald apparaat nodig. Door de faciliteit te delen, hoeft een bedrijf minder te investeren om toch adequaat toegang te hebben tot de benodigde apparatuur. Mibiton begon ooit als overheidsfonds uit de aardgasbaten, maar is dankzij goede rendementen – er worden lenigen verstrekt, geen subsidies – rendabel.

Op dit moment heeft Mibiton 27,3 miljoen euro uitstaan, verspreid over 79 investeringen, waarvan ruim de helft in de medische hoek. Agro/food en industrie zijn de andere twee poten. De investeringen variëren van 50.000 euro voor een vezeldepositie-apparaat tot twee miljoen als bijdrage in een volledig productielaboratorium (van BioConnection is Oss).

De partners van Mibiton zijn niet alleen de usual suspects (zoals provinciale investeringsmaatschappijen, die bijvoorbeeld belang hebben bij het behouden van de kennis in en rond Oss na de sluiting van het voormalige Organon laboratorium aldaar), maar ook een hele reeks van in (bio)medische technologie gespecialiseerde fondsen als Aglaia Biomedical Ventures en Thuja Capital Healthcare Investors.

De laatste stak deze week nog, samen met twee partners, 5,5 miljoen euro in EnCare Biotech, een spinoff van het Universitair Medisch Centrum Utrecht. EnCare gaat een therapie uitontwikkelen om het weefselherstel na een hartaanval te verbeteren, een langdurig traject.

De investering in EnCare is nog een klassieke geldinjectie in de startup, maar dat model staat onder druk, was een van de boodschappen tijdens de Dutch Life Sciences conferentie, die eerder deze week plaatsvond in Nijmegen. Meer dan de helft van het programma had betrekking op business modellen en daaraan gekoppeld de financiering.

Investeerders willen tegenwoordig liever projecten financieren dan complete bedrijven. Ook biotechbedrijven worden namelijk steeds virtueler. Dat wil zeggen: ze zijn niet meer eigenaar van hun faciliteiten (ook niet deels, zoals via Mibiton), maar besteden alles uit. Daardoor hebben ze niet meer zelf kapitaal op de balans nodig om productiemiddelen aan te schaffen, maar werkkapitaal om een project te draaien. Zo gaan ontwikkelaars van nieuwe life science toepassingen toch steeds meer lijken op hun collega’s van webapplicaties.

×