De tweezijdigheid van de stad

Een stad is niet een statisch toneel waar mensen op bewegen. De mensen hebben invloed op de stad en de stad weer op de mensen. De stad, of het nu Amsterdam of New York is, blijft daarom voortdurend in beweging. Een stad heeft bewoners, immigranten, emigranten, bezoekers, toeristen en een reeks van instellingen, die tegen elkaar aanschuren, soms met elkaar botsen, maar vaak genoeg elkaar versterken.

De studie van de stad is dan ook een breed zwaartepunt, waarbinnen sociologen, geografen, politicologen, planologen en anderen onderzoeken wat de dynamiek van de stedelijke omgeving bepaalt en waar die toe leidt. Niet zelden doen zij dat in samenspraak met politici, die zich voor de taak gesteld zien maatschappelijke problemen aan te pakken, van een overschot aan belhuizen in een bepaalde winkelstraat tot jongeren die hinderlijk op straathoeken rondhangen of radicale religieuze denkbeelden ontwikkelen.

Tweezijdigheid is daarbij een belangrijk begrip. Selectieprocessen leiden tot een bepaalde samenstelling van de bevolking in steden en wijk, maar daardoor krijgen die ook weer aantrekkingskracht op bepaalde mensen en activiteiten. De beïnvloeding komt dus van beiden kanten. Bovendien spelen zaken als de kwaliteit van de woningen en aanwezige voorzieningen mee in de manier waarop steden, mensen en instituties met elkaar interacteren.

Werkvloer

Hoewel alles in de stad in elkaar grijpt, zijn er wel degelijk diverse thema’s te onderscheiden. Amsterdamse onderzoekers hebben internationaal hun sporen verdiend op thema’s als de invloed van de buurt op het leven van stadsbewoners, migratie, integratie en segregatie, culturele diversiteit, sociale en politieke mobilisatie, alsook de studie van conflicten en bestuurlijke instrumenten die politici kunnen hanteren om stedelijke ontwikkelingen bij te sturen. De nauwe samenwerking met de gemeente Amsterdam geeft het zwaartepunt enerzijds toegang tot de werkvloer van de stad, maar stelt het ook in staat een bijdrage te leveren aan het beleid.

Een accent ligt weliswaar op de dynamische wijken en buurten in steden, maar de blik van het zwaartepunt reikt wel verder dan de rand daarvan. Bredere sociale en economische effecten verdienen evengoed aandacht. Denk bijvoorbeeld aan de gevolgen die ontwikkelingen in de wereldeconomie hebben voor de overslag in de Rotterdamse haven, die op haar beurt met name via de werkgelegenheid enorme invloed uitoefent op het reilen en zeilen van de stad.

Het zwaartepunt is aangesloten verschillende internationale netwerken, waaronder IMISCOE (International migration, integration and social cohesion), een Europees network of excellence dat zich ten doel gesteld heeft gezamenlijk nieuwe onderzoeksinstrumenten te ontwikkelen en resultaten voor elkaar beschikbaar te stellen. Internationalisering is nodig, want veel onderzoek spitst zich toe op onderzoek in eigen land, terwijl men ook van elkaar kan leren.

Amsterdam is weliswaar het voornaamste laboratorium van het zwaartepunt, maar er lopen ook projecten samen met een groot aantal Europese steden, waaronder Stockholm, Barcelona, Milaan, Budapest, Sofia, Riga, Munchen, Helsinki, Birmingham, Dublin en Brussel, en steden in andere continenten, zoals de Indiase metropolen Mumbai en Delhi. Die zijn weliswaar vele malen groter dan Amsterdam, maar toch zijn vergelijkbare processen aanwijsbaar. Iedere stad mag dan op zijn eigen manier uniek zijn, ze heeft ook haar universele kanten.

De buurt als emancipatiemachine

Politici in Nederland en elders hanteren vaak een heleboel veronderstellingen als zij de problemen willen aanpakken die zij in grote steden waarnemen. Het is bijvoorbeeld een wijdverspreide gedachte dat de integratie van nieuwkomers in een samenleving beter verloopt, wanneer zij in hun buurt goed gemengd worden met de autochtone bevolking. Maar is dat eigenlijk wel zo?

Er zijn immers nog talloze andere factoren van belang bij het slagen van integratie, zoals opleiding en de levensinstelling van ouders. Als je wilt weten of de bevolkingssamenstelling van de buurt waar iemand woont, een rol speelt bij het verwerven van een positie in de maatschappij, moet je die factor kunnen isoleren van alle andere factoren.

Dat gebeurt in grootschalig longitudinaal onderzoek. Daarbij worden de gegevens over onder andere opleiding, inkomen en woonplaats van miljoenen mensen met elkaar vergeleken. Daaruit valt vervolgens af te leiden of er werkelijk verschil in integratie is van mensen die verder helemaal dezelfde achtergrond hebben, maar toevallig in verschillende soorten buurten zijn opgegroeid. Een voorwaarde voor dit soort onderzoek is natuurlijk wel dat er heel veel betrouwbare gegevens moeten zijn. In de praktijk heeft vooral Zweden die, al komen de benodigde gegevens ook steeds meer in Nederland beschikbaar.

Wanneer de statistieken een bepaald verband lijken te suggereren, is het zaak daar nader op in te gaan, want alleen getallen zeggen niet waarom dat verband zou bestaan. Pas als, bijvoorbeeld door interviews, het mechanisme is blootgelegd dat tot het verband leidt, kun je met zekerheid zeggen wat je zou kunnen doen om er iets aan te veranderen. De veronderstellingen van politici kunnen heel plausibel klinken, maar voor een wetenschapper is dat niet genoeg.

×