Europees geld voor het mkb

Dit jaar startte de EU het achtste kaderprogramma, beter bekend als Horizon 2020, plat gezegd een pot geld van tachtig miljard euro, die over een periode van zeven jaar wordt uitgedeeld. Daarvan is 24 miljard bedoeld voor zuiver wetenschappelijk onderzoek, 42 miljard voor onderzoek op ‘maatschappelijk relevante’ gebieden als gezondheid, energie en veiligheid, en 14 miljard voor industriële innovatie. Die laatste pot is nadrukkelijker dan voorheen ook bedoeld voor het midden- en kleinbedrijf.

Die nadruk op het mkb is het resultaat van studies naar de financiële randvoorwaarden voor innovatie, die bijvoorbeeld zijn na te lezen in een EU-beleidsdocument van eerder dit jaar, ‘Financing R&D and Innovation for Corporate Growth’. Er blijken namelijk grote verschillen te zijn in de effecten van subsidies afhankelijk van de bedrijfsgrootte.

Zeer innovatieve R&D gaat vaak gepaard met commerciële risico’s. Kleine bedrijven worden daarvoor door financiers ‘gestraft’, omdat ze zullen omvallen als het niets wordt. Grote bedrijven daarentegen worden beloond, omdat de potentiële winst groot is, terwijl er bij verlies genoeg bezittingen zijn die dienen als zekerstelling voor de schuldeisers. Finland heeft daarom al langer het beleid om subsidies meer op kleine bedrijven te richten, omdat hun toegang tot de financiële markten inherent beperkter is, terwijl de maatschappelijke winst in termen van economische groei vooral samenhangt met het succes van de innovatie zelf, niet van de grootte van het bedrijf.

Transparantie

Kleinere bedrijven kunnen ook zelf het nodige doen om het vertrouwen van financiers te winnen, met name door de transparantie te verhogen, bijvoorbeeld door meer marktonderzoek te verrichten in plaats van zich volledig op de technologie te focussen. Dat geeft financiers immers meer inzicht in de risico´s die zij met hun investering in de R&D van een bedrijf aangaan. Marktpotentie wordt ook belangrijker als subsidiecriterium, met name omdat in verleden bleek dat bij teveel beschikbare subsidies de economische groei achterbleef: er werd dan teveel onderzoek ‘om het onderzoek’ verricht. Ook een teveel aan belastingvoordelen werkt contraproductief.

Uit de studie naar de effecten van subsidies blijkt, kortom, dat de effectiviteit afhangt van onder meer de grootte van het bedrijf, de mate van innovatie, de sector, voorspelbaarheid van de markt, enzovoort. De EU wil zich uiteraard inspannen om de effectiviteit te verhogen en het mkb zo goed mogelijk te steunen. Dat is mooi. Maar het betekent niet vanzelfsprekend dat de toch al ingewikkelde aanvraagprocedures (de belangrijkste klacht van het mkb) er lichter op worden.

×