Hoe rendabel wordt een project?

Een grote bank besteedt jaarlijks miljarden euro’s aan duizenden ict-projecten. De vraag is hoe je dat geld het best kunt verdelen. Het onderzoek van VITAL kijkt hoe je projecten van te voren goed kunt beoordelen, zodat de bank het meest uit zijn investeringen haalt.

‘Stel, je bent een supermarkt, en je wilt meer verkopen’, vertelt dr. Pascal van Eck, onderzoeker aan de Universiteit Twente. ‘Het is je bijvoorbeeld opgevallen dat mensen die bier kopen, ook vaak nootjes kopen. Dus zet je die twee producten vlak bij elkaar. Ook zet je nog een display op de karretjes om mensen aan te moedigen om bier én nootjes te kopen. Zo hoop je de omzet van beide te verhogen.’

‘Bier en nootjes kan het management zelf nog wel bedenken’, gaat Van Eck verder. ‘Maar als je systematisch wilt bestuderen welke producten goed samengaan, moet je daar een computeranalyse van maken. Dat kost geld. De vraag is of die kosten opwegen tegen de extra omzet die je maakt. Dat moet je dus berekenen voordat je aan de investering in computeranalyse maakt.’

Voor dit specifieke probleem kun je een methode bedenken om het nut van de investering vooraf uit te zoeken. Maar als je een grote bank bent, met duizenden ict-projecten die miljoenen euro’s kunnen kosten, wil je niet voor ieder project een beoordelingsmethode bedenken. Dan wil je een algemene methode om te kijken of een investering rendabel is. Daarover gaat het onderzoek van VITAL (Value-Based Business-IT Alignment).

Van Eck: ‘Er bestaan weliswaar standaards om ict-projecten te beoordelen, maar die zeggen alleen wat je allemaal moet doen, niet hoe. Ze bieden ook geen automatische tools om het te doen. Daar ligt voor ons de uitdaging. Wij willen proberen een standaard te ontwikkelen waarmee je min of meer automatisch projecten kunt beoordelen.’

Daarvoor begin je, in de aanpak van VITAL, met een zogeheten value model. Daarin staan de verschillende benodigdheden voor het eindproduct. In het geval van de supermarkt is dat niet alleen het computersysteem om het gedrag van klanten te analyseren. Het herinrichten van de winkel kost ook geld. Als er veel extra omzet komt, moeten er misschien meer vakkenvullers worden aangenomen.
‘De vraag is natuurlijk tot in welk detail je dit uitsplits’, zegt Van Eck. ‘Wij gaan net zo lang door tot we precies weten welke informatietechnologie nodig is, hoe die gekoppeld moet worden aan de systemen die je al hebt, en wat dat allemaal gaat kosten.’

Krant

Het value model levert een netwerk op van afhankelijkheden. In dat netwerk gaan mensen dingen doen. ‘Een belangrijke aanname in ons model is dat niemand iets doet zonder dat hij er iets voor terug krijgt’, legt Van Eck uit. ‘We kijken naar de wereld vanuit een strict economisch oogpunt. Dat doen we omdat we denken dat de wereld zo in elkaar zit, maar ook omdat we dingen in getallen moeten uitdrukken om ermee te kunnen rekenen.’

Wanneer je het netwerk van afhankelijkheden van tevoren niet goed analyseert, kun je tijdens het onderzoek voor onaangename verrassingen komen te staan. Zo was een krant enige jaren geleden van plan om gratis artikelen aan te bieden via een speciale inbelverbinding. De krant zou zijn geld verdienen doordat het een percentage zou krijgen van de extra telefoontikken die door de service gegenereerd werden.

‘Dat plan is nooit doorgegaan, want ze waren te laat’, vertelt Van Eck. ‘Inbelverbindingen werden in hoog tempo vervangen door breedband. Analyse van het netwerk van afhankelijkheden leerde echter ook dat het sowieso geen winstgevende onderneming zou zijn geweest. Ze hadden namelijk wel bedacht dat gebruikers bij problemen met een helpdesk moesten bellen, maar daar niet het voor-wat-hoort-wat-principe op toegepast. De kosten van de helpdesk waren niet meegenomen.’

VITAL moet methoden opleveren waarin dit soort missers niet meer voorkomen. Bij alle stukjes van het value model wordt gekeken of kosten en baten met elkaar in evenwicht zijn. Daaruit valt dan te berekenen of de kosten en baten van het totale project tegen elkaar opwegen. ‘Je kunt deze methode echt overal toepassen’, zegt Van Eck. ‘In de supermarkt, bij een bank, maar ook om bijvoorbeeld te kijken of Google de juiste prijs betaald heeft toen het YouTube kocht.’

×