Infrastructuur biedt zekerheid voor pensioenfonds

‘Voor pensioenfondsen zijn investeringen in infrastructuur om een aantal redenen aantrekkelijk’, vertelt Henk Huizing, hoofd Infrastructuur van PGGM, de uitvoeringsorganisatie van onder meer Pensioenfonds Zorg en Welzijn. ‘Het volumerisico is gering, omdat het doorgaans om een gereguleerde markt gaat. Dat leidt op de lange termijn tot stabiele kasstromen, die bovendien vaak gerelateerd zijn aan de inflatie.’

Concreet vertaald: als een overheid een tolweg door een pensioenfonds laat financieren, is de kans gering dat er in de nabije toekomst een concurrerende tolweg naast gelegd wordt. Verkeersvolumes zijn redelijk voorspelbaar en het toltarief stijgt mee met de inflatie.

In de vorige eeuw werden infrastructuurprojecten, zeker in Europa, doorgaans direct door de overheid gefinancierd. Pas de laatste twintig jaar komt de markt eraan te pas. Het voorbeeld van pensioenfondsen in Canada en Australië volgend, stapte PGGM in 2005 in infrastructuurprojecten. Sinds 2009 steekt het rechtstreeks geld in projecten, in plaats van via bemiddelaars. In de portefeuille zitten onder meer een gasleiding in de Noordzee, een windpark in de Ierse Zee en tolwegen in Polen.

Joint venture

Met aannemer BAM heeft PGGM een joint venture, die onder andere de verbreding van de A12 tussen Bunnik en Veenendaal realiseerde. Huizing: ‘In ons contract met BAM zijn het risicoprofiel en het doelrendement vastgelegd. De technische uitwerking is aan BAM. Er is bijvoorbeeld een verband tussen de investering in de aanleg van een weg en de kosten die je in de jaren daarna hebt aan het onderhoud. De manier waarop BAM die kosten spreidt, moet wel passen binnen de afspraken met ons.’

Bij de samenstelling van de portefeuille is spreiding een belangrijke overweging, niet alleen regionaal (Europa, Verenigde Staten, opkomende markten), maar ook sectoraal. De afdeling Infrastructuur van PGGM investeert met name in transport, transmissie en productie van energie, en publieke infrastructuur, zoals scholen en wegen. Projecten worden beoordeeld op risico en rendement.

‘De verschillen in de infrastructuur zijn groot’, vertelt Huizing. ‘Een windpark op land – daar wil iedereen tegenwoordig instappen – levert een rendement van, zeg, 7,5 procent. Op een nieuwe tolweg haal je zeker het dubbele, maar de risico’s zijn groter. Wij kiezen meestal voor een lager, maar zekerder rendement.’

Projecten onder de 100 miljoen euro laat PGGM liever lopen, omdat een degelijke acquisitie veel tijd en geld kost. Naast juridisch en financieel advies, wint Huizing ook altijd technisch advies in: ‘Wat nou echt het technische risico is van zo’n windpark in de Ierse Zee, kunnen wij niet beoordelen. Dus daar huren we een bureau in dat gespecialiseerd is in het vertalen van technische risico’s naar financiële consequenties.’

×