Mondiale stromen van dokters, patiënten, medicijnen en ziekten

Omdat de gezondheidszorg in ontwikkelingslanden ver achterblijft bij het westen, worden talentvolle jonge artsen voor een vervolgopleiding doorgaans naar Europa of Amerika gestuurd. Vaak genoeg besluiten zij echter daar te blijven. De westerse landen ervaren immers ook personeelstekorten in de gezondheidszorg en betalen veel beter. Sterker nog, sommige landen werven actief artsen en verpleegsters in ontwikkelingslanden.

Daar komt bij dat steeds meer westerse patiënten voor routine-ingrepen naar ‘goedkope’ landen afreizen, waardoor ze de zorgvoorzieningen daar verder belasten. Verder laten antropologische veldstudies zien dat bij gebrek aan medisch personeel en vanwege slecht functionerende gezondheidsinstellingen, mensen in ontwikkelingslanden vaak zichzelf behandelen. Medicijnen zijn in ontwikkelingslanden te krijgen op markten en in dorpswinkeltjes naast de flessen coca cola. Antibiotica, die in Westerse landen alleen op recept te krijgen zijn, worden veelvuldig in zelfmedicatie gebruikt, zonder kennis over de juiste dosering. Het gevolg is een grote toename in resistentie.

Globalisering gaat zo gepaard met een toenemende migratie van medisch personeel en een grote verspreiding van medische technologie, met als paradoxaal effect een toenemende ongelijkheid in de gezondheidszorg tussen landen. De Wereldgezondheidsorganisatie WHO ziet dit al jaren als een groot probleem, maar de reikwijdte van het fenomeen is nog niet helemaal helder en snelle oplossingen zijn er niet.

Dit goed in kaart brengen is de missie van het zwaartepunt Mondiale gezondheidszorg en ongelijkheid. De onderzoekers binnen het zwaartepunt hebben een reputatie in studies naar sociale ongelijkheid en gezondheid als oprichters van Equalsoc, een groot door de EU gefinancierd network of excellence over onderzoek naar sociale ongelijkheid en arbeid, en als kenniscentrum voor de farmaceutische antropologie.

Diaspora

Het voornaamste product dat het zwaartepunt tot stand hoopt te brengen, is een grote database, waar onderzoekers uit de hele wereld uit kunnen putten. Daarbij gaat het niet alleen om grote hoeveelheden cijfers, maar ook om microstudies waarbij een fenomeen nader wordt uitgediept. Naast de vraag hoeveel Poolse anesthesisten bijvoorbeeld voor West-Europa kiezen en hoeveel Poolse ziekenhuizen daarom geen operaties meer kunnen uitvoeren, is het immers ook belangrijk uit te zoeken wat de beweegredenen van de individuele anesthesisten zijn – en hoe die zich verhouden tot beweegredenen van andere migrerende beroepsgroepen, zoals Poolse loodgieters. Door de globale cijfers te koppelen aan de microstudies wordt het mogelijk een diepgaande analyse van het probleem te maken.

De wetenschappelijke belangstelling van de onderzoekers houdt uiteraard niet op zodra het probleem in kaart gebracht is. Internationaal vergelijkend onderzoek moet inzicht geven in sociaal-economische en culturele factoren die toegang tot, en effectief gebruik van medische technologie bepalen in ontwikkelingslanden. Ook moet het bijdragen aan verklaringen voor verschillen in (re)migratie van medisch personeel, en de uiteenlopende effecten van diasporanetwerken. Het zoeken en bestuderen van innovatieve oplossingen hoort er ook bij.

Dergelijk onderzoek vergt samenwerking van medici, antropologen en sociologen met economen en juristen, die dan ook allemaal in het zwaartepunt vertegenwoordigd zijn. Het accent ligt op de relatie tussen de stromen in mensen (dokters en patienten), en medicijnen op wereldschaal en de relatie met ongelijkheid: hoe hangen de stromen samen en welke mechanismen dragen bij aan een vergroting of verkleining van de mondiale ongelijkheid in gezondheid en in toegang tot de gezondheidszorg?

AIDS als chronische ziekte in Afrika

Amsterdamse onderzoekers verrichten al ruim twintig jaar antropologische studies naar de distributie en het gebruik van medische technologie in niet-westerse culturen, en de daarmee gepaard gaande processen van ‘commodificering’ van gezondheid (mensen denken dat ze medicijnen nodig hebben om gezond te blijven en te worden) en ‘culturele reïnterpretatie’ van de effectiviteit van medicijnen (mensen laten sociaal-culturele factoren mede bepalen of medicijnen ‘werken’).

Het AIDS medicines in Resource Poor Settings programma verricht studie naar de verspreiding van moderne AIDS medicijnen in gebieden met slechte gezondheidsfaciliteiten, ondermeer in Afrika ten zuiden van de Sahara. Het programma laat zien dat AIDS remmers inmiddels op grote schaal beschikbaar zijn in de lokale gezondheidscentra, maar dat die centra kampen met een tekort aan artsen om AIDS te diagnosticeren en middelen voor te schrijven. Niet artsen, maar verpleegsters zijn verantwoordelijk voor AIDS zorg, en AIDS patiënten dragen de verantwoordelijkheid voor voorlichting over juist gebruik van medicijnen. Ongeveer een derde van de verpleegsters is zelf HIV positief, maar durft daar meestal niet voor uit te komen.

AIDS in Afrika hoeft niet meer de dood ten gevolg te hebben. Het is een chronische ziekte geworden, maar dat heeft grote gevolgen voor de gezondheidszorg, die niet is ingericht op het begeleiden van chronisch zieken. De veldstudies laten zien dat dankzij de intensieve beleiding door lotgenoten HIV patiënten doorgaans de HIV remmers juist gebruiken. Echter, zij hebben andere problemen: geen geld voor transport naar de kliniek, waar zij maandelijks verwacht worden voor nieuwe medicijnen, en voor de verantwoorde voeding die zij nodig hebben om gezond te blijven.

×