Natuurbeschermingswet: kijk niet naar de norm, maar naar het natuureffect

De natuurbeschermingswet is momenteel inzet van menig juridisch steekspel. De provincie Noord-Brabant besloot onlangs zelfs te stoppen met handhaving van de wet, omdat die onuitvoerbaar zou zijn. Strategisch adviseur Franci Vanweert legt uit waar de controverse om draait.

De inzet van de natuurbeschermingswet is nobel: het beschermen van natuurgebieden en kwetsbare flora en fauna tegen onder meer een overdaad aan bemesting en verzuring door de neerslag van stikstof, als gevolg van menselijke activiteit. Sommige planten en dieren zijn gevoelig voor stikstofgehaltes, dus de normen zijn streng.

Waar de praktijk wringt, laat zich het best uitleggen met een voorbeeld, zegt Franci Vanweert, die namens Cauberg-Huygen meerdere cliënten op dit vlak adviseert: ‘Stel, je hebt een natuurgebied waar een bepaalde zeldzame plantensoort groeit. In de omgeving wordt een activiteit ontwikkeld die tot toename van de stikstofdepositie leidt, bijvoorbeeld de aanleg van een weg of de bouw van een stal.’

‘Hierdoor neemt de stikstofdepositie toe met bijvoorbeeld 0,10 mol ofwel 1,4 gram stikstof per hectare per jaar. Dat is veel meer dan de 0,05 mol die menig vergunningverlener als grens hanteert. Dus moet de initiatiefnemer uitgebreide onderzoeken uitvoeren, tijdrovende procedures volgen en soms dure maatregelen treffen tegen de uitstoot. Maar voor het beheer van dat natuurgebied wordt het gras gemaaid en het maaisel afgevoerd. Dat is jaarlijks al vlug 40 kilo afgevoerde stikstof per hectare. Die 1.4 gram stikstofdepositie valt daarbij in het niet. Het werkelijke nadelig effect van het initiatief op de natuur is verwaarloosbaar.’

Maatwerk

Om de natuurbeschermingswet uitvoerbaar te houden, ligt het volgens Vanweert voor de hand om niet de kale depositie centraal te stellen bij de besluitvorming, maar de werkelijke invloed van een ontwikkeling op de natuur. Maatwerk dus. ‘Daarvoor moet je de situatie ter plekke met berekeningen in kaart brengen’, legt Vanweert uit. ‘En het belangrijkste: in samenwerking met ecologen bepalen wat de werkelijke impact is op de natuur.’

Op dit moment staat niet vast welke kant het met de regelgeving uitgaat, maar Vanweert ziet al wel een trend: ‘Ik zie een gelijkenis met de regelgeving rond luchtkwaliteit, die in de eerste drie, vier jaar ook vaak gewijzigd is om haar bij de praktijk te laten aansluiten. Ik zie tekenen dat het met natuurbeschermingswet dezelfde kant uitgaat.’

×