‘Van technologierace naar innovatie systeemoplossingen’

Philips viert dit jaar, net als Shell, het honderdjarig bestaan van zijn onderzoekslaboratorium. In die tijd is er veel veranderd, en dat zal de komende decennia niet anders zijn. Een gesprek met Henk van Houten, chief technology officer van Philips.

Toen Henk van Houten bijna dertig jaar geleden bij Philips in dienst kwam, was het onderzoek bij het toenmalige Natlab wetenschappelijk georiënteerd. Van Houten stortte zich op onderzoek aan kwantumtransport. Dat was relevant, omdat de miniaturisatie van transistors ertoe kon leiden dat kwantumverschijnselen zouden optreden in computerchips.

Van Houten nu: ‘Het onderzoek was heel interessant, maar na vijf jaar moest ik concluderen dat het niet nodig was te zoeken naar een nieuw type transistor. Dus heb ik geadviseerd te stoppen. Achteraf kun je je afvragen of dit soort onderzoek wel in een bedrijfslaboratorium thuis hoorde.’

Die wetenschappelijke insteek was wellicht de erfenis van Hendrik Casimir, de fysicus die het Natlab in de naoorlogse decennia leidde. In de jaren negentig keerde het onderzoek bij Philips in zekere zin terug naar het tijdperk van Gilles Holst, de oprichter van het Natlab – dat wil zeggen, de focus kwam weer sterker op productontwikkeling te liggen.

Voor Philips betekende dat indertijd vooral aan het front blijven in chipsontwerp en digitale standaarden, zoals mp3 en BluRay. Het was het najagen van de Wet van Moore in al zijn gedaanten: meer transistors op een chip, meer data op een schijfje, meer bits op een draaggolf. De rest van het onderzoek hing er een beetje bij.

‘Tien jaar geleden is dat radicaal veranderd’, vertelt Van Houten. ‘We lopen niet langer roadmaps af. Die maken het onderzoek voorspelbaar. In plaats daarvan zoeken we naar de maatschappelijke vraag. We zetten nu in op drie gebieden: gezondheid, leefstijl en verlichting. We kijken de wereld in en leiden onze aspiraties af uit wat we daar zien.’

Die inhoudelijke heroriëntatie betekent uiteraard niet dat Philips bij nul begint. Veel bestaande kennis is op andere vlakken toepasbaar. Die op het gebied van optica en beeldverwerking komt bijvoorbeeld goed van pas bij de ontwikkeling van medische scanapparatuur. Expertise in licht en signaalverwerking leidde tot de uitvinding van coded light: voor het blote oog niet waarneembare flikkeringen in ledlampen om signalen naar de camera van een smartphone te sturen, bijvoorbeeld met het doel een klant door een supermarkt naar de producten op zijn boodschappenlijstje te leiden.
‘Uiteraard moeten we ook nieuwe technologie ontwikkelen’, zegt Van Houten. ‘Voor luchtverontreiniging in China moeten we oplossingen ontwikkelen – dat past immers in het thema gezondheid. En de tuinbouw was altijd een lampenbusiness, maar groeit uit in de richting van controlled environment, waarvoor integrale oplossingen nodig zijn. Dat vergt ook een andere aanpak.’

Samenwerking

Niet alleen de focus van het onderzoek verandert, maar ook de wijze van organiseren. De kostbaarheid van een eigen chipslab was voor Philips ooit de aanleiding om dit onderzoek onder te brengen bij IMEC in Leuven. Vervolgens werden de eigen faciliteiten voor microsysteemtechnologie opengesteld voor derden. Inmiddels gaat samenwerking met anderen nu veel verder dan het delen van laboratoria – en het is eerder de norm dan de uitzondering.

Van Houten: ‘Innovatie in de digitale wereld verloopt wezenlijk anders. Het gaat niet meer om het leveren van bijvoorbeeld de beste MR-scanner, maar om een apparaat dat perfect pas in het totale systeem. Als je ziet hoeveel specialisten tegenwoordig betrokken zijn bij de behandeling van kanker, dan weet je dat het niet alleen gaat om apparatuur, maar om het stroomlijnen van de reis van de patiënt. Dat is waar ziekenhuizen op worden afgerekend en waar wij dus oplossingen voor willen bieden. Onze onderzoekers zitten dan ook veel dichter op de klant dan vroeger.’

Een consequentie van het denken in systemen is dat een bedrijf niet langer kan pretenderen een totaaloplossing te leveren waar niks meer aan hoeft te gebeuren. Zoals Apple een product levert dat expliciet anderen uitnodigt om apps ervoor te ontwikkelen, zo probeert ook Philips een biotoop van startups om zich heen te stimuleren. Voor het Hue platform, waarmee slimme lampen zijn aan te sturen, zijn inmiddels meer apps (denk aan lichteffecten voor een disco) door derden ontwikkeld dan door Philips zelf.

Vanuit innovatieoogpunt is deze ontwikkeling interessanter dan de race om steeds meer lumen per watt, die tegelijkertijd gaande is, vindt Van Houten. ‘Die race is met een paar jaar voorbij. Over intelligent licht beginnen we nog maar net na te denken. Wat gebeurt er als iedere lamp zijn eigen ip-adres krijgt? Om dit soort zaken te bekijken zijn we onder meer samenwerkingsverbanden aangegaan met Ericsson, op het thema licht en telecom, en met ABB op het gebied van gebouwbeheer. Dat is wel weer een groot verschil met het tijdperk van Holst: het spel is veel ingewikkelder dan toen.’

Innovatiemodellen

De ingewikkelder wereld, met zijn open innovatiemodellen, vraagt van een bedrijf als Philips dat het goed nadenkt welke kennis het wil delen en welke voor zichzelf houden, maar ook welke kennis extern te laten ontwikkelen en welke binnenshuis te halen. Traditioneel is Philips goed in het genereren van spin-offs, maar minder gericht op het inlijven van bedrijven om hun kennis. De recente samenwerking met het Israelische farmaciebedrijf Teva om samen een incubator voor medische innovatie te starten, moet in dat laatste licht gezien worden: het geeft Philips de gelegenheid veelbelovende startups op te kweken en eventueel over te nemen.

Dat Philips op dit vlak overal ter wereld actief is, is geen toeval: innovatie is ook een kwestie van inspelen op lokale behoeften. In Nederland zou een led-lamp met ingebouwde batterij niet bedacht zijn, stelt Van Houten, maar in India, waar de elektriciteit veelvuldig uitvalt, is het een succes.

Ook de onlangs aangekondigde samenwerking met de TU Eindhoven – zeventig extra promotieplaatsen voor digitale innovaties op het gebied van gezondheidszorg, verlichting en datawetenschap – volgt uit de strategie om kennis zijn juiste plek te geven, legt Van Houten uit: ‘Het gaat om onderwerpen die relevant zijn, maar wel precompetitief.’

Het belang van Philips is onder andere dat de band tussen techniek en gezondheid al in het onderzoeksstadium innig wordt. Vandaar dat ook het Maximá Medisch Centrum in de samenwerking betrokken is. Bovendien raakt op deze manier een generatie jonge onderzoekers goed thuis in de medische wereld. De kans dat ze hun carrière bij Philips vervolgens is aanzienlijk – en dat is mooi meegenomen, want er is wereldwijd nog altijd een aanzienlijk tekort aan gekwalificeerde technici op het gebied van digitale innovatie. Van Houten verwacht in de nabije toekomst vergelijkbare overeenkomsten te zullen sluiten met meer universiteiten elders in de wereld.

Architectuur

Dat Philips Research zijn onderzoek meer op de architectuur van systemen en geïntegreerde oplossingen richt dan op het invullen van alle componenten, houdt logischerwijs verband met de markt die het bedrijf voor zichzelf ziet. Op vele fronten (ziekenhuizen, verkeersmanagement, gebouwbeheer, enzovoort) vragen marktpartijen niet langer een product maar een service voor een langere periode.
‘Ziekenhuizen, bijvoorbeeld, moeten zich meer integraal organiseren’, vertelt Van Houten. ‘Dat heeft gevolgen voor hun leveranciers. In de Verenigde Staten zie je de opkomst van accountable care organisaties. Die behandelen niet alleen zelf binnen de muren van het ziekenhuis, maar regisseren de hele zorgketen, inclusief de thuiszorg. Samen met Banner Health, een innovatieve organisatie op dat vlak, hebben wij een oplossing voor dit soort zorgcoördinatie ontwikkeld. Dat lukt alleen, als je samenwerkt met een organisatie die zelf vernieuwend is.’

Een ander voorbeeld van samenwerking gericht op digitale innovatie in de gezondheidszorg is de overeenkomst die Philips heeft met ict-reus Salesforce. Beide partijen werken gezamenlijk aan de ontwikkeling van veilige opslag en toegang tot medische data in de cloud. Naadloze digitale communicatie is immers een voorwaarde om efficiënt te kunnen werken.

Philips mag dan overal zijn samenwerkingsverbanden hebben, het zenuwcentrum blijft toch de High Tech Campus in Eindhoven, in nauwe samenwerking met labs in Shanghai, Bangalore, and New York. Het onderzoek mag dan steeds digitaler zijn, fysieke nabijheid blijkt telkens weer onontbeerlijk te zijn voor een innovatief klimaat.

‘Nieuwe ideeën ontstaan waar mensen met verschillende disciplines en achtergronden elkaar ontmoeten’, sluit Van Houten af. ‘Mijn persoonlijke ervaring bij Philips leert dat het belang van fundamenteel onderzoek soms wat overschat wordt. Daarom vind ik het jammer dat daar vaak zoveel nadruk op ligt. We mogen in Nederland best wat trotser zijn op de ingenieurs die de toepassingen bedenken en tot stand brengen.’

×